Wie van jullie mij persoonlijk kent, weet dat ik een kletskous ben. Dat kleine gesprekjes met mijn vijfjarige niet lukken, dat hij nog nooit ‘echt’ ‘’mama’’ tegen mij gezegd heeft doet pijn. Daar waar de eerste aanzet tot spreken van zoonlief rond de leeftijd van veertien maanden stagneerde en verdere spraaktaal niet meer over zijn lippen rolde, belandden we bij de logopediste.

Stilzitten en opdrachtjes uitvoeren is door zijn autisme en verstandelijke beperking een moeilijk tot vaak niet of gedeelte uit te voeren opgave. Hij begrijpt niet wat er van hem verwacht wordt. De verwerking van de ‘vraag’ is te lastig.

Het is overigens niet dat hij ‘stil’ is, in tegendeel! Heel de dag en regelmatig ’s nachts *gaap* worden geluiden, klanken en kreetjes geproduceerd maar de woordjes blijven uit.

Waarmee kunnen wij hem uitlokken tot het maken van contact? Het begin van communicatie. Hij is dol op koekjes en de eerste oefening met de logopediste voor het uitlokken van communicatie is het aantikken, ‘vragen’, contact maken met haar en ons om vervolgens de ‘koek’beloning te krijgen.

Er zijn meerdere middelen tot communiceren en ook de picto’s, verwijzers en gebaren worden ingezet om de communicatie te bevorderen. Het gebruik van picto’s is nog te moeilijk voor zoonlief maar de verwijzers en gebaren werken goed. Denk hierbij aan het tonen van een beker als we gaan drinken, het laten zien van de luier als hij verschoont moet worden.

Naar mijn idee begrijpt hij spreektaal redelijk maar kan hij het niet terug zeggen. Omdat hij meer ‘verwerkingstijd’ nodig heeft, maken de verwijzers en gebaren de communicatie en wat ‘wij van hem verwachten’/’wat we gaan doen’ een stuk duidelijker.

Inmiddels neemt hij ons mee naar de keuken of koelkast als hij wat te eten of te drinken wil en hij pakt zijn schoenen van de deurmat als hij naar buiten toe wil gaan.

De verwachting van de specialisten is dat zoonlief nooit zal praten. Maar ook dit is moeilijk te zeggen. Ik ben er van overtuigd dat er genoeg vermogen in dat blonde koppie zit maar dat de ‘mist’ te dicht is. Wij kunnen hem aardig bereiken en hij ons gelukkig ook steeds meer. We blijven de verschillende manieren van communiceren inzetten en communicatie stimuleren. Een doorlopend doel. Wekelijks ziet hij de logopediste.

We zullen zien wat de toekomst brengt en of er ooit nog een woordje over zijn lippen zal rollen. Bij ieder woord zou ik een gat in de lucht springen. Mocht het ‘’mama’’ zijn, geeft dat een gouden randje!