Zoonlief is dol op water. Ik heb het dan niet over de consumptie ervan maar een fascinatie voor de stroming, de spetters, de beweging, het spélen met water.

Regenplassen, badderen, de watertafel, het zwembad en de zee.

Spetters: Hoe hoog komen ze? Hoe hoger hoe beter natuurlijk!

Veel spetters; regelmatig tot ongenoegen van de overige zwembadgasten als wij met het gezin het plaatselijke zwembad bezoeken. ‘’Wat is dat jongetje druk’’. ‘’Waarom reageert hij niet als ik vraag of hij wat rustiger wil doen’’. Maar ook wijzen, smoezen en zelfs ‘’voed je kind eens op’’, zijn zinnen die uitgesproken worden. Ook de: ‘’Maar je ziet toch niks aan hem’’ hoor ik regelmatig.

Nu hij vijf jaar is, het ‘kleine’’ er af is, hij moeilijk contact vasthoudt, fladdert en klanken produceert, heeft ‘men’ wat vaker door dat zoonlief ‘anders’ is. Soms voel ik de behoefte om te vertellen dat hij autisme en een verstandelijke beperking heeft als er weer eens nare dingen gezegd worden, er gesmoesd of gewezen wordt. Met rustig een klein gesprekje aanknopen draait het oordeel eigenlijk altijd wel bij. Regelmatig sta ik er ook wel boven. Continue de verdediging en uitleggen waarom mijn kind zo is, is uitputtend. Met name in openbare gelegenheden waar je men ‘vluchtig’ ziet, de supermarkt, het zwembad in dit verhaal, laat ik het maar gaan. Ik vind het eigenlijk kortzichtigheid als mensen al zo snel hun oordeel klaar hebben. Maar ook dit is een proces geweest waarin ik ben gegroeid.

Hij geniet zo van het water, hij gaat er helemaal in op, en wij gunnen hem dat zo! Zoonlief zit dan (stereotiep) in zijn eigen wereld maar maakt graag ruimte om zich mee te laten nemen naar de glijbaan.

Het is een activiteit die we met zijn vieren kunnen ondernemen want zusje is ook gek op zwemmen. Gelukkig hebben we papa om mee te gaan van de héle hoge glijbaan want spetters…hoe hoger hoe beter!