Met code rood afgegeven in verband met de storm die over ons land raast, zit ik thuis, met een dekentje en een kop thee op de bank. Ik verlang naar een zon- zee- strandvakantie. Eigenlijk zo één zoals dat vroeger was. In het tijdperk dat Luuk en ik nog samen waren. Zonder kinderen. Uitslapen, uitgebreid ontbijten en de brandende zon op mijn huid voelen op een strandbedje. Met -om het plaatje compleet te maken- in de ene hand een goed boek en in de andere een alcoholische versnapering. Vergeet vooral de fancy bikini niet en de zonnebril die op mijn neus prijkt.

Tja… die tijden zijn geweest. Voorlopig in ieder geval want vakantie met kleine kinderen is regelmatig hard werken, iets wat menig ouder met mij eens zal zijn. Ook zonder een kind met autisme. Met een autistische zoon, die dan aan alle kanten uit zijn ritme en vertrouwde omgeving wordt gehaald is vakantie vieren een uitdaging.

De afgelopen jaren zijn we iedere zomer wel een weekje weggeweest, met verschillende resultaten. Soms boven verwachting goed en hebben we echt genoten. Soms al na twee dagen naar huis omdat het op het vakantieadres voor iedereen zo hard werken was, dat het thuis meer als vakantie voelde dan op die plek.

Afgelopen zomer beleefden we een fragment uit onze grootste nachtmerrie toen zoonlief ’s avonds uit zijn bed en raam is geklommen en is weggelopen uit ons vakantiehuisje. Een halfuurtje daarvoor hadden we hem volgens vast ritueel op bed gelegd. Nadat het stil was in zijn kamer, wilde ik om een hoekje gaan kijken toen er stevig op de voordeur van ons vakantiehuisje werd gebonsd. ‘’Of wij een blond jongetje mistten?’’

Ik wist en voelde gelijk dat dit om zoonlief moest gaan. Zijn slaapkamer grenzend aan de woonkamer waar Luuk en ik zaten. Via zijn slaapkamerdeur kan hij niet weggegaan zijn. Ook wetend dat hij enorm creatief is, misschien zijn raam heeft opengemaakt en uit het raam is geklommen. Vervolgens over het hek van de tuin is geklommen. Ook al huren wij uitsluitend huisjes met omheinde tuin met hek om iets meer vrijheid te ervaren overdag zodat zoonlief bij ons blijft en niet zomaar weg kan lopen, zijn al deze begrenzingen misschien deze avond niet genoeg geweest.

En dat was dus zo… Rennend naar buiten zag ik in de verte mijn ventje staan. In zijn pyjama, fladderend en enorm onrustig. Hij was zichtbaar opgelucht en sloeg een diepe zucht toen hij mij zag en kon ik mijn, toch wel iets verwarde ventje, weer in mijn armen sluiten. Nog nooit ben ik zó bang geweest, dat gevoel is onbeschrijfelijk. Enorm geschrokken. Opgelucht dat het zo goed is afgelopen maar ook weer met de neus op de feiten gedrukt.

Hij had zijn SOS armband waar zijn autisme en verstandelijke beperking, mijn telefoonnummer en dat zoonlief niet praat op staat geschreven de eerste vakantiedag al van zijn arm getrokken. Omdat de mensen die hem opmerkte geen contact met hem konden krijgen, hem zonder ouders zagen en in pyjama, zijn ze de (kinder)huisjes met hek afgegaan en was het eerste huisje gelukkig al die van ons.

Toch gaan we dit jaar wel weer een poging wagen, met een huisje met sloten op alle deuren en ramen, omheinde tuin en de afspraak dat Luuk of ik deze vakantiemidweek die aankomende juni is gepland met zoonlief samen zal slapen.

Het zal best wel weer hard werken worden, maar met activiteiten ondernemen als zwemmen, de speeltuin bezoeken en fietsen waar de kinderen allebei van genieten is het toch fijn om als gezin er even tussenuit te zijn.

Als we dan in het subtropische zwemparadijs zijn, Luuk met zoonlief van de glijbaan afgaat en zusje met haar emmer en gieter lief aan het spelen is, doe ik heel even mijn ogen dicht en waan ik mij in gedachten  -in mijn iets minder fancy bikini dan toen,  maar dat terzijde- in een heerlijk warm land!