Zal ik het groene licht nog halen? Is oranje nog verantwoord of staat het licht op rood en moet ik dus stoppen. Paar auto’s voor mij. Als ze alle snel optrekken rijden we heerlijk door. Maar hoe lang blijft groen branden en red ik dat nog? Nee. We moeten een ronde wachten. Geen probleem toch, twee minuten later springt hij ‘vanzelf’ weer op groen.

Maar met een jongetje op de achterbank die autisme heeft, lijken de twee minuten wel twee uur te duren. Met name voor hem. Hij begrijpt het niet. Waarom staan we stil. Hij wordt boos, gefrustreerd. Wil niet stilzitten en houdt van beweging. Zolang we rijden geniet hij altijd van de rit. Maar nu staan we stil. Voor het stoplicht. Hij grijpt met zijn vingers naar zijn haren trekt eraan en zet zijn nagels in zijn huid.

En ik.. ik probeer hem gerust te stellen. Vertel en vertel, keer op keer dat het licht vanzelf weer op groen gaat. Wachten ‘erbij’ hoort. Wat we om ons heen zien of kies het moment om juist te zwijgen mijn hand uit te steken en te kalmeren en daarbij te hopen dat het licht maar snel op groen mag springen.

We rijden weer. Via mijn achteruitkijk spiegel zie ik hem ontspannen. Er verschijnt weer een lach op zijn gezicht. En één op de mijne.

Verkeerslichten voorzien in onze veiligheid. Ik kan niet met en niet zonder.