Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht spit ik de partijprogramma’s door. Een actueel onderwerp in onze gemeente en in het Groene Hart waar wij wonen is het wel of niet plaatsen van windmolens. Met zoals dat gaat: voor- en tegenstanders voor deze plannen.

Zoonlief heeft een hele duidelijke mening over windmolens. Hij vindt ze fan-tas-tisch! Als we met de auto eropuit gaan, komen we regelmatig een rijtje molens tegen. Zoonlief weet van een aantal plekken waar ze staan, en begint meters van tevoren al enthousiast te worden in zijn autostoel. Hupt op en neer en kijkt opgewonden door alle raampjes van de auto om zo het beste zicht op de molens te ontdekken. Grote glimlach, geluidjes en fladderende handjes maken het plaatje compleet.

Zusje kondigt de molens enthousiast aan als we ze ergens ‘nieuw’ zien. ‘’Kijk! Allemaal windmolens, die vind jij vast heel mooi’’ zegt ze opgewonden en wijs tegen zoonlief. Dit waarbij ze haar ene hand op zijn been legt en met de andere hand de richting van de molens wijst.

Ze turen samen door de achterruit als we de molen(s) passeren. Zusje vraagt dikwijls of we ze op de terugweg weer tegenkomen. Met enthousiasme bij beiden als Luuk of ik aangeef dat dit -negen van de tien keer- inderdaad het geval is.

Windmolens leveren duurzame windenergie. Er is een vermindering van vervuiling en CO’2-uitstoot ten opzichte van andere energiebronnen. Nadelen die men noemt zijn de hoge investeringskosten en landschapsvervuiling.

Over die landschapsvervuiling zijn de meningen dus verdeeld! Waarvan akte.