Mede door het benoemingswaardige uithoudingvermogen, geduld en de poetskwaliteiten van Luuk, heeft zoonlief een prachtige rij sterke, witte en gezonde tanden. Ieder kwartaal bezoeken wij trouw met zoonlief de tandarts voor controle en te werken aan een terugkerend bezoek met ritme en vertrouwen. Hoewel zoonlief aanrakingen bij zijn hoofd/gezicht heel erg moeilijk vindt, doorstaat hij het altijd goed. Maar wanneer zou hij nou eens gaan wisselen? Hij is immers al bijna acht!

Na de dagelijkse poetsbeurt -een paar weken geleden- constateerde Luuk dat zoonlief zijn ondertandje los zat. Weinig speling, maar wel los. De komende weken ging hij met de dag losser zitten. Wij hadden verwacht (zoonlief kennende) dat hij hem er gelijk al uit zou trekken maar tot onze verbazing heeft hij er totaal niet aangezeten. We hoopten dan maar dat met het eten van een appel of een pistoletje de tand daarin achter zou blijven. Een paar keer per dag liet ik zoonlief naar mij lachen om zo een blik in zijn bekkie te werpen. De tand zat er nog steeds…

Totdat ik ’s avonds Buddy uit ging laten en de kinderen met Luuk thuis bleven. Bij thuiskomst stond zusje mij al op te wachten. ‘’Mama, mama, de tand van mijn broer is eruit!” ‘’Wat goed’’ reageerde ik, even enthousiast als haar.

(Best bijzonder dat je op zoiets trots kan zijn. Iets wat heel normaal is, en waar je niets voor hoeft te doen. Ik denk dat dat voornamelijk komt omdat zoonlief anders is, maar in dit soort dingen hetzelfde is als al zijn leeftijdsgenoten en de beperking hier totaal geen rol speelt.)

Zoonlief gaf weer een klein lachje toen ik er om vroeg en ik zag inderdaad een klein gat tussen zijn tanden. Een rood stipje en een klein spoortje bloed op zijn shirt. Het was inderdaad net gebeurd.

‘’Hebben jullie de tand gevonden?’’ vroeg ik aan zusje. ‘’Nee’’ antwoorde ze teleurgesteld. ‘’Hoe moet dat nu met de tandenfee? Ik vind het zielig als hij niets krijgt’’ zei ze sip.

”Dat komt wel goed. We vinden hem vast wel, we kijken het huis na en ik zal zijn luiers wel controleren” opperde ik. ”Hebben jullie het wel al aan zoonlief gevraagd’’, vroeg ik Luuk. Ja, was het antwoord maar zoonlief reageerde daar niet op.

Na de woonkamer te hebben doorzocht nam ik zoonlief even apart. ‘’Weet je waar je tandje is?’’ Vroeg ik hem rustig. Hij pakte mijn hand en nam mij mee naar zijn kamer. Schoof zijn gordijn opzij en pakte zijn tandje uit de hoek van de vensterbank. Een klein, wit, perfect tandje. Een dikke knuffel en kus volgde, waarnaar hij zich weer los wurmde en doorging met zijn sorteerklus. Het verzamelen van memoriekaartjes.

Trots liep ik met het tandje naar beneden waar Luuk en zusje ook nieuwsgierig waren geworden.

‘’’Dat is mooi’’ zei zusje. ‘’Nu kan het tandje onder zijn kussen en komt de tandenfee zijn tand inruilen voor een centje.’’ Ze vervolgde: ‘’Maar, mijn broer kan toch niet zoveel met geld dus dan mag ik dat vast wel hebben van hem. Dan kan ik sneller mijn spacescooter kopen waar ik voor spaar’’. Triomfantelijk klapte ze in haar handen waarbij zij zichzelf een applaus gaf voor haar briljante idee.

Ik moest lachen en gaf aan dat het zoonlief zijn tandje is. Dat zij haar eigen tandjes aan de tandenfee mag geven en dat zoonlief misschien niets met geld heeft maar wel heel erg veel van ijsjes houdt. Met elkaar besloten we dat we zoonlief zijn tandjes bewaren in een doosje en dat zoonlief deze zomer een extra groot ijsje mag bij de ijssalon om dit te ‘vieren’. Een goed idee waarvan zoonlief moest lachen en ook met zijn handen begon te klappen, oftewel te vlinderen van opwinding.

Een blije zoon, een ondeugende en iets wat teleurgestelde dochter en trotse ouders.

Als kleine normale dingen, bijzonder zijn.