Toen Luuk en ik twaalf jaar geleden gingen samenwonen, woonden we midden in het centrum. Schuin tegenover een snackbar. Toen we in die tijd nog allebei de hele week werkten werd al snel vrijdag tot ‘patatdag’ omgedoopt om zo het weekend lekker en makkelijk in te luiden. Na al die jaren is vrijdag nog steeds onze ‘patatdag’.

Zusje en zoonlief zijn dol op milkshakes. Lang niet iedere week bestellen we dit -zo af en toe- als extraatje erbij.

‘’Mama, mijn broer wil de milkshake niet aan mij geven en hij heeft al heel veel slokken genomen’’ zegt zusje verontwaardigd. Zoonlief moet er om lachen en zet een sprintje in van de keuken naar de woonkamer met de milkshake nog in zijn hand. Zusje rent er achteraan en samen hebben ze de grootse lol. ‘’’Zolang mijn broer rent kan hij geen slokje nemen’’ zegt ze slim. ‘’Daardoor heb ik tijd om hem moe te maken en dan kan ik lekker uitrusten op de bank met de milkshake.’’  

Zoonlief lijkt dit tot op het woord te begrijpen en steekt snel het rietje in zijn mond. Het drinken gaat hem moeilijk af door de slappe lach die hij nog steeds heeft. Zijn glinsteren ogen dagen zusje uit die het er niet bij laat zitten.

‘’Ondeugende broer’’ zegt ze serieus. “Ik wil ook van de milkshake drinken voordat hij op is’’. Zoonlief voelt de serieuze toon en stopt met drinken. Hij geeft de milkshake aan zusje. ‘’Er zit nog genoeg in’’ concludeert ze. Na een paar slokken geeft ze de milkshake weer terug aan zoonlief. Hij neemt nog wat slokjes en geeft hem dan uit zichzelf weer terug aan zusje.

“Mijn broer is lief. Ik mag de laatste slokjes.’’