Als je in het woordenboek het woord: ‘Geluk’ op zoekt krijg je de volgende betekenis: ‘’Geluk is een emotie en betekent ‘tevreden zijn met de huidige leefomstandigheden’. Wie gelukkig is heeft een vrolijk, tevreden, ontspannen verheugd gevoel.’’

Een paar weken geleden stond ik met een overbuurvrouw te praten die nog niet zo lang in onze straat woont. We hadden het over onze kinderen en ik vertelde over zoonlief. Aan het eind van ons gesprek hadden we het over gelukkig zijn. Ik vertelde hoe zoonlief zijn leven eruit ziet, waardoor zij niet anders kon concluderen dat zoonlief vast en zeker gelukkig moest zijn. ‘’Ik denk zeker dat hij dat ook is.’’ Beaamde ik.

Ik zie zoonlief regelmatig het moeilijk hebben. Moeilijk in deze wereld en moeilijk met verwachtingen. Frustratie dat hij niet kan praten en teleurstelling dat hij niet met alles mee kan doen. Ondanks die momenten die niet leuk zijn, ben ik ervan overtuigd dat op dit moment zijn leven zo stevig om hem heen gebouwd is dat hij kan zijn wie hij is en hij de kansen krijgt die hij verdient en waar hij daadwerkelijk iets mee kan.

Iedere dag breng en haal ik zoonlief zelf naar het kdc. Als ik niet kan, en op donderdag- en vrijdagmiddag springen opa, oma en Luuk in. Zoonlief heeft iedere dag zijn privétaxi waar hij rustig mee naar het kdc heen en terug gaat. Met de bijtringen en kleine speelgoedjes vermaakt hij zich in de auto. Hij vindt de radio gezellig en lacht om de flauwe grappen van de diskjockey. Als hij Banana van Shaggy op de radio hoort begint hij helemaal te lachen en gaan zijn glimogen stralen!

De Juffen op het kdc kennen zoonlief op hun duimpje. Hij gaat er met plezier naar toe en komt met een glimlach weer naar buiten ’s middags.  

Dinsdag is onze zwemmiddag en zwemt zoonlief in zijn -op dat moment- privé zwembad. In schoolvakanties gaat zusje mee. Soms zwem ik mee. Een half uur spelen, zwemmen en waterpret.

Uit school gaan we regelmatig fietsen op de duofiets. Alle tegenliggers zeggen wat tegen hem of mij. Eigenlijk altijd in de trant van: ‘’’Je kan wel zien dat hij het leuk leuk vindt op de fiets’’. Kan je inderdaad niet om heen. Hij schatert het uit en heeft regelmatig de slappe lach.

Zoonlief heeft een fijne kamer waar hij graag komt. Speelgoedjes en materialen die inspelen op zijn ontwikkeling en behoefte.

Zoonlief heeft een zus die graag helpt en ons huishouden luchtig houdt. Die hem kietelt en boos op hem wordt als hij ondeugend is. Iets waarvan zoonlief overigens vaak nog harder om moet lachen.

Zoonlief gaat om de zaterdag naar de zaterdagopvang die wij beschouwen als scouting. Ook hier met een lach heen en een lach terug.

Op zondag wandelen we altijd met zijn alle een groot stuk met Buddy. Gaan we regelmatig gezinszwemmen en bestellen we ’s avonds eten waarmee we het weekend lekker afsluiten.

Zoonlief is bijna altijd blij. Zoonlief lacht bijna altijd en heeft dagelijks de slappe lach.

Wat er daadwerkelijk in zijn koppie omgaat, ik weet het niet 100% zeker…

Maar ik lees zijn lichaamstaal, smelt van zijn pretogen en kan zijn lach dromen.

Ja, ik durf te zeggen dat hij gelukkig is.